Differentieelbeveiliging van het laadpunt voor een elektrisch voertuig (Arei 270)

Dit artikel betreft een advies m.b.t. de keuring volgens AREI art. 270 van een laadpunt voor een elektrisch voertuig en m.b.t. de mogelijke keuze en implementatie van de differentieelbeveiliging van het laadpunt voor een elektrisch voertuig. Dit advies is niet bindend en niet limitatief.

Algemeen

In huishoudelijke elektrische installaties en in elektrische installaties van werkruimten van ondernemingen die niet beschikken over BA4/5 personeel, dient een algemene differentieelstroominrichting met een maximale aanspreekstroom van 300mA in het begin van de installatie geplaatst te zijn.

  1. De algemene differentieelstroominrichting van een huishoudelijke installatie:

  2. heeft een nominale stroom In ≥40A, ( voor installatie na 16/9/91 )

  3. is ofwel van het type A, ( voor installatie na 1/1/87 )

  4. ofwel van het type B ( type B toegestaan volgens nota 75 FOD economie )

  5. weerstaat aan een I²t-waarde van 22,5kA²t bij een stroom van 3000A,

  6. draagt, indien In ≤ 40A, de aanduiding “3000A, 22,5kA²s” ( voor installatie na 7/5/2000 )

  7. heeft verzegelbare in- en uitgangsklemmen ( voor installatie na 1/10/81 )

  8. In werkruimten van ondernemingen met BA4/5 personeel is een algemene differentieelbeveiliging niet verplicht, maar dienen:

  9. hetzij actieve maatregelen conform art. 78 tot 82 genomen te worden in functie van het netsysteem.

  10. Hetzij voor bepaalde plaatsen of materieel, andere beschermingsmaatregelen genomen te worden zoals gebruik van materiaal van de klasse II, veiligheidsscheiding van stroombanen, toepassing van ZLVS of de bijzondere schikkingen van art. 77.

Beveiliging van het laadpunt

  1. Volgens de norm IEC 61851-1 ed. 3 moet:

  2. Ieder oplaadpunt door een eigen differentieelbeveiliging van max. 30 mA worden beveiligd, deze mag in het laadstation of in de verdeler worden geplaatst

  3. moet er worden beveiligd tegen DC foutstromen, dit kan verwezenlijkt worden door een aardlekschakelaar type B. Bij het toepassen van Type B moeten evenwel in sommige situaties in verband met selectiviteit ook andere aardlekschakelaars in type B worden uitgevoerd of vervangen.

  4. bij een gelijkstroomfout van > 6 mA moet de installatie worden gescheiden

  5. Automatische reset of reset op afstand is niet toegestaan

Toepassing en implementatie van de differentieelstroombeveiliging

Het vereiste type differentieelstroominrichting hangt af van de verbruikers die erop worden aangesloten omdat die het type foutstroom zullen bepalen. Wanneer, zoals in het geval van bepaalde elektrische voertuigen, de kans bestaat dat de foutstroom van een enkelfasige gelijkrichter een zuivere gelijkstroomcomponent heeft met een waarde > 6mA, enkelfasige gelijkrichters aangesloten worden tussen twee fasen of driefasige gelijkrichters gebruikt worden, is steeds een type B differentieelschakelaar vereist. Wanneer immers een gelijkstroomfout groter dan 6mA door een differentieelstroominrichting van, het type A loopt, kan de magnetische kern ervan in verzadiging gaan en de differentieelstroominrichting “blind” worden voor wisselstroomfouten. Een andere mogelijke oplossing is de diff. type A aan te vullen met een element dat afschakelt bij 6mA DC foutstroom.

Het vereiste type differentieelstroominrichting hangt af van de verbruikers die erop worden aangesloten omdat die het type foutstroom zullen bepalen. De differentieelstroominrichting dient bijgevolg gekozen te worden volgens de specificaties van de aangesloten toestellen die evntueel terug te vinden zijn op de technische fiche of specificaties van de fabrikant.

  1. Wanneer voor de beveiliging van de stroombaan een diff. type B gebruikt wordt dient:

  2. ofwel elke stroomopwaarts geplaatste differentieelstroominrichting eveneens van het type B te zijn,

  3. ofwel deze stroombaan die een gelijkstroomfout >6mA kan voortbrengen, beveiligd met een diff. type B, parallel voor de diff. type A te worden afgetakt.

  4. Wanneer voor de beveiliging van de stroombaan een diff. type A met bijkomend element dat afschakelt bij 6mA DC foutstroom gebruikt wordt dient:

  5. Geverifieerd te worden dat het toestel conform AREI art. 7 is = aanwezigheid van EG verklaring van overeenstemming ( = CE ).

  6. Geverifieerd te worden dat het toestel conform AREI art. 85.02 is

  7. De differentieelschakelaar dient te voldoen aan gehomologeerde normen. Bv. NBN EN 61008-1 ( diff. type A ) + NBN IEC 62752 ( bijkomend element 6mA ).

Voorwaarden voor het parallel aftakken voor een algemene diff. type A in hetzelfde bord

  1. In huishoudelijke installaties of installaties zonder BA4/5 personeel:

  2. Het bord bestaat uit niet geleidend materiaal (kunststof) klasse II of in het geval van een metalen bord klasse I is de voedingskabel extra bevestigd en is de interne cablage van de aftakking is bijkomend geïsoleerd t.o.v. geleidende delen van en in het bord.

  3. Voedingskabel klasse II, correct ingevoerd en eventueel extra bevestigt.

  4. De Interne cablage van de aftakking is bijkomend geïsoleerd nabij geleidende delen in het bord ( bv. steunen en bevestigingsrails)

  5. Verbindingen voor de aftakking naar diff. type B gemaakt op aansluitklemmen van de algemene diff. zelf ( i.f.v. verzegelbaarheid).

  6. De sectie van de aftakking dient dezelfde te zijn als de voedingskabel, teneinde een goede verbinding op de ingangsklemmen van de algemene diff. te verzekeren.

  7. De bijgeplaatste diff. type B en de bestaande diff. type A ( geplaatst na 1981 ) zijn beiden verzegelbaar.

  8. bij toepassing in een huishoudelijke installatie voldoet de differentieelschakelaar type B aan dezelfde voorwaarden van het AREI die gelden voor de differentieel type A:

  9. Diff. is verzegelbaar

  10. Algemene diff. heeft een In ≥ 40A

  11. Aanduiding “ 22,5kA²s – 3000A” bij In ≤ 40A en indien stroomopwaarts van de eerste rij beschermingsinrichtingen geplaatst.

  12. In het kader van de bepaling AREI art. 248.02 moet de functie van de algemene scheidingsschakelaar van het hoofdverdeelbord verzekerd kunnen worden door de algemene stroomonderbreker. Deze algemene stroomonderbreker dient de scheidingsfunctie te kunnen verzekeren. Een verwijzing naar deze algemene stroomonderbreker en de plaats ervan wordt aangebracht op het bord en de schema’s

  13. Aanduiding “Opgelet, steeds onder spanning” is in het bord en op het eendraadschema aan te brengen bij de parallel afgetakte differentieelbeveiliging en verder stroomafwaartse beveiligingen.

  14. In installaties met BA4/5 personeel:

  15. Voldoende bijkomende passieve maatregelen ter bescherming tegen onrechtstreekse aanraking zijn te nemen.

  16. Bord uit niet geleidend materiaal of klasse II en interne cablage voor differentieelschakelaars dubbel of bijkomend geïsoleerd / afgeschermd t.o.v. eventueel geleidende delen binnen het bord.

  17. Metalen bord, voedingskabel klassen II en uiteinde voedingskabel en de interne cablage zijn bijkomend geïsoleerd / afgeschermd t.o.v. het bord zelf en de geleidende delen binnen het bord.

  18. Indien noodzakelijk dienen extra maatregelen genomen te worden zoals extra bevestiging van geleiders, invoerwartel, trekontlasting,…

  19. In het kader van de bepaling AREI art. 248.02 moet de functie van de algemene scheidingsschakelaar van het hoofdverdeelbord verzekerd kunnen worden door de algemene stroomonderbreker. Deze algemene stroomonderbreker dient de scheidingsfunctie te kunnen verzekeren. Een verwijzing naar deze algemene stroomonderbreker en de plaats ervan wordt aangebracht op het bord en de schema’s

  20. Aanduiding “Opgelet, steeds onder spanning” is in het bord en op het eendraadschema aan te brengen bij de parallel afgetakte differentieelbeveiliging en verder stroomafwaartse beveiligingen.

Voorwaarden voor parallel aftakken voor een algemene diff. type A naar een supplementair bord

  1. Voor de voeding van het laadpunt met diff. type B kan ook een supplementair bord geplaats worden waarin de diff. type B en beveiliging van de laadpaal ondergebracht worden. Hierbij dient gelet te worden op onderstaande:

  2. De voeding van dit supplementair bord dient afgetakt te worden van het hoofdbord op de ingangsklemmen van de algemene differentieel.

  3. Voeding naar supplementair met een dubbel geïsoleerde kabel ( bv. type XVB )

  4. De sectie van de voedingskabel van het supplementair bord dient i.f.v. de stroomopwaartse hoofdbeveiliging te zijn ( hoofdbeveiliging in de teller van de DNB )

  5. De sectie van de voedingskabel van het supplementair bord dient dezelfde te zijn als de voedingskabel van het hoofdbord, teneinde een goede verbinding op de ingangsklemmen van de algemene diff. te verzekeren.

  6. De voedingskabels dienen trekvast geplaatst te worden en zijn eventueel extra beschermd aan de doorgang door een metalen bord. ( bv. gebruik kunststof wartel ).

  7. Bij een metalen bord zijn de uiteinden van de voedingskabels en interne cablage bijkomend geïsoleerd / afgeschermd t.o.v. het bord zelf en de geleidende delen binnen het bord.

  8. bij toepassing in een huishoudelijke installatie voldoet de differentieelschakelaar type B aan dezelfde voorwaarden van het AREI die gelden voor de differentieel type A:

  9. Diff. is verzegelbaar

  10. Algemene diff. heeft een In ≥ 40A

  11. Aanduiding “ 22,5kA²s – 3000A” bij In ≤ 40A en indien stroomopwaarts van de eerste rij beschermingsinrichtingen geplaatst.

Aandachtspunten bij het gebruik van een differentieelschakelaar type A met een bijkomend element dat afschakelt bij 6mA DC foutstroom

  1. Wanneer voor de beveiliging van de stroombaan een diff. type A met bijkomend element dat afschakelt bij 6mA DC foutstroom gebruikt wordt dient met onderstaande punten rekening gehouden te worden:

  2. Het toestel dient conform AREI art. 7 en artikel 85.01 te zijn:

  3. aanwezigheid van EG verklaring van overeenstemming ( = CE ).

  4. Geverifieerd dat de differentieelschakelaar voldoet aan gehomologeerde normen. Bv. NBN EN 61008-1 ( diff. type A ) + NBN IEC 62752 ( bijkomend element 6mA ).

  5. Volgens AREI art. 85.05 dient geverifieerd te zijn dat in normale omstandigheden geen stroom van 6mA DC naar de aarde kan vloeien, ook niet bij bijvoorbeeld de opstart.

  6. Deze differentieelschakelaar moet bij plaatsing in een huishoudelijke installatie de aanduiding 22,5kA²s-3000A dragen indien deze voor de eerste rij beveiligingen geplaatst wordt. Een mogelijke oplossing hiervoor is om stroomopwaarts van het toestel eerst een conforme beveiliging tegen overstroom te voorzien.

  7. Er moet rekening gehouden te worden met het cumulatief effect bij plaatsing van meerdere stroombanen voor laadpunten. Wanneer “n” laadpunten geïnstalleerd worden met elk een beveiliging voor 6mA, zal de totale mogelijke DC foutstroom in de installatie “n” x 6mA bedragen en dienen stroomopwaartse differentieelbeveiligingen alsnog van het type B te zijn.

6 keer bekeken0 reacties